Interview met Tonny Mijnen Terug     Print
Tonny Mijnen en zoon
Tonny Mijnen
Tonny Mijnen en zoon

 




‘ Het sociale gebeuren is het enige wat echt telt’


Jouw bedrijf is zeker alles in je leven? ‘Nee’ klinkt Tonny Mijnen resoluut. ‘Het sociale gebeuren in de breedste zin van het woord is het enige wat echt telt’. Tonny is heel stellig in zijn uitspraak. En hij vervolgt: ‘Dat begint hier aan de keukentafel in Megchelen en eindigt voor mij in Bennekom, waar mijn broer woont. De rest raakt je wel maar staat zover van je af. Daar heb je geen vat meer op.’

Deze levenshouding is typerend voor Tonny Mijnen, melkveehouder in Megchelen. Het heeft alles te maken met zijn opvoeding en dus met de geschiedenis van zijn melkveehouderijbedrijf. Dat begon in 1968 toen zijn vader met 7 koeien en 5 ha grond in een ruilverkaveling van Doetinchem naar Megchelen verhuisde. Daar aan de Zwanenburgseweg kreeg hij 16 hectare grond en bouwde hij meteen ruimte voor 25 beesten. Ze waren met z’n vieren: Vader en moeder Mijnen, Eddy en Tonny. Eddy ging studeren, aan wat toen nog Landbouwhogeschool heette. Tonny bleef op de boerderij en nam in ’85 het bedrijf over. Toen 70 melkkoeien en 28 ha groot.

Grondgebonden productie is de toekomst
Tonny Mijnen heeft een melkveehouderijbedrijf. Dat betekent dat productie van melk voor menselijke consumptie centraal staat. Maar niet ten koste van alles. ‘De maatschappij is richtinggevend voor de landbouw. Die zal in Nederland steeds extensiever worden en dat geldt zeker voor de melkveehouderij’. Ook hier klinkt de sociale houding van Tonny weer door. ‘Voor mij is grondgebonden productie, zonder afzet van mest en zelfvoorzienend voor wat betreft het ruwvoer de toekomst.’ En daaraan heeft hij sinds de bedrijfsovername hard gewerkt.
Nu, anno 2003, is het bedrijf 70 ha groot met 100 melkkoeien en 900.000 kg melk per jaar. Daarmee voldoet het bedrijf aan de maatschappelijke norm van 1,8 gve per hectare en is het voorbereid op de toekomst.

Familiebedrijf bij uitstek
Die toekomst is voor Tonny heel belangrijk. Want net als de meeste melkveehouderijbedrijven is het bedrijf van Tonny een familiebedrijf bij uitstek.
Opa Mijnen, nu alweer 80 jaar, werkt nog elke dag op het bedrijf. Kalveren voeren, hier en daar wat opruimen. Kleine klusjes weliswaar maar wel doorgaan.
Zoon Dennis zou ook niets liever willen doen. Maar hij is pas 14 en moet nog naar school. Nu nog het VMBO in Ulft en straks naar de veehouderij-richting van AOC Oost in Doetinchem.
Tonny is pas 44 en blijft nog lang boeren. ‘Maar over 20 jaar produceren wij nog steeds melk’ zegt Tonny stellig. Hij is ervan overtuigd dat Dennis dan een gezond bedrijf kan overnemen. ‘In de melk blijft een boterham te verdienen. Melk is een vast onderdeel van ons voedselpakket. Ons klimaat leent zich uitstekend voor de melkproductie. Alle infrastructuur is in Nederland aanwezig en melk hoort in het landschap. Ook hier speelt de publieke opinie een belangrijke rol.’ Maar Tonny blijft nuchter: ‘Vergeleken met vroeger zit er veel minder marge op de melk. En ondanks de sterke groei kan ik mijzelf steeds minder veroorloven. Daarom heb ik ook met name in grond geïnvesteerd.’

Ongediertebestrijding essentieel
Wat betekent ongediertebestrijding voor jou? ‘De melk die wij produceren is voor menselijke consumptie. Dat betekent dat ik een schoon en gezond product moet kunnen maken. Vanuit dat oogpunt is ongediertebestrijding voor mijn bedrijf essentieel. Want ongedierte brengt besmettelijke ziektes over waarmee de diergezondheid en dus de productie van gezonde melk in gevaar komt.’
Tonny doet het meeste aan de bestrijding van ratten, muizen en vliegen. ‘Ratten brengen direct ziektes over. Maar de meeste schade brengen ze toe aan de maïskuil. Ze vreten het plastic kapot en dan krijg ik schimmels in de kuil. Door deze schimmels krijg ik toxines in de melk.’ ‘Muizen vreten ook de kuil aan en veroorzaken veel schade aan het isolatiemateriaal.’
Maar vliegen kunnen toch geen kwaad? ‘Nou daar vergist u zich toch in’ antwoordt Tonny fel. ‘Vliegen maken de dieren onrustig, ze zijn dan moeilijker te melken en trappen het melkstel af.’ ‘En dan nog de infecties. Zomerwrang wordt door ’n vlieg overgebracht die een bacterie draagt. Als deze bacterie het slotgat van de speen binnendringt wordt het melkkwartier besmet. Die koe is dan feitelijk verloren voor de productie. Op z’n minst is een kwartier verloren en in het ergste geval kan de koe sterven. Zelfs jongvee kan dit krijgen’. Met deze en andere voorbeelden maakt Tonny duidelijk dat ongediertebestrijding hoort bij een goede bedrijfshygiëne.

Bij deze ongediertebestrijding spelen de producten van Denka een belangrijke rol. Soms zonder dat Tonny het weet. Hij heeft heel goede ervaringen met VeeRust Super, een middel ter bestrijding van vliegen op de koe. Voor de bestrijding van vliegen in de gierkelder gebruikt hij Tugon 80. Dit is een middel van Bayer, maar wordt door Denka geproduceerd. Sinds kort is hij overgestapt op RATTOX-G ter bestrijding van ratten en muizen. Ook een product van Denka.
 

 
  Meer interviews
Cor den Hartog, veelzijdig veeboer