Interview met Cor den Hartog Terug     Print
Tonny Mijnen en zoon
Tonny Mijnen
Tonny Mijnen en zoon

 




‘Ik moet altijd iets om handen hebben. Ik heb druk nodig om te presteren’


Het is maandag 31 januari 2005, 13.30 uur, als ik op de A30 van Ede richting Barneveld rijd. Een druilerige winterdag, die niet echt uitnodigt om erop uit te trekken. Onderaan de afslag Lunteren – Scherpenzeel zie ik het bedrijf van Cor den Hartog. Groene bogen als kap en voor de rest open. De koeien staan er vredig bij. Een bijzonder interview met een bijzondere man.

Het contrast op het erf is groot: een schaapskooi uit begin 1900; een jaren dertig schuur die op instorten staat; een woonhuis uit de zestiger jaren en dan de futuristische melkveestal: open, licht, een bijna natuurlijk onderdeel vormend van het omringende weidelandschap.
Als ik naar binnen ga, wordt ik vrolijk begroet door het goedmoedige geblaf van twee grote St. Bernards. Een beetje geeuwend en zich nog eens lekker uitrekkend begroet Cor mij. “Ik was nog niet klaar met mijn middagdutje.” glimlacht hij. “Als ik dat niet doe dan trek ik het niet meer.” Cor den Hartog, een vijftiger met grijs haar nodigt mij vriendelijk uit om aan de keukentafel plaats te nemen. Het wordt een ongewoon interview.

Derde generatie veehouder
Den Hartog, geboren te Diemen, groeide op op het boeren bedrijf van zijn ouders. In ’57, Den Hartog was amper 6 jaar, werd zijn vader uitgekocht en verhuist het gezin naar een bedrijf aan de rand van Barneveld. Voor de ouders van Den Hartog een thuiswedstrijd. Zij hadden elkaar tijdens de oorlog in Barneveld ontmoet toen vader ondergedoken zat om tewerkstelling te ontlopen. Beiden kwamen uit de veehandel en een gezamenlijke interesse (koeien en paarden) was snel gevonden.

Geen genoeg van onderwijs
Na de lagere school ging Cor naar de Mulo van Barneveld – Ede. “Dat was vooral lol trappen. Veel leren deden we niet.” vertelt Cor terwijl hij een kop thee inschenkt. Maar de onderwijsweg was nog lang: 2 jaar MAS gevolgd door 3 jaar HAS en daarbovenop nog eens de lerarenopleiding. Lesgeven hield hij niet lang vol. “Politieagentje spelen lag mij nooit zo”.

Nieuw Zeeland, zijn eerste echte liefde
In ’77 ging Cor op reis naar Nieuw Zeeland. Trok het land rond en leerde de cultuur kennen. “Het is een land met weinig welvaart maar heel veel welzijn” vertelt Cor een beetje weemoedig. Een half jaar later ging hij terug naar Nederland om een maatschap met zijn ouders aan te gaan. “Achteraf gezien had ik misschien wel in Nieuw Zeeland moeten blijven. Daar was ik dan ook veeboer geworden want mijn hart ligt hoe dan ook in de melkveehouderij met alle deelaspecten.”

De geschiedenis herhaalt zich
Cor boert verder op het bedrijf van zijn ouders. De bedrijven van hem en van zijn zus worden gesplitst en vanaf dat moment is Cor zelfstandig. Ondertussen rukt Barneveld op en in ’95 wordt zijn bedrijf evenals dat van zijn ouders destijds in Diemen uitgekocht. Hij gaat op zoek naar een lokatie zonder bedrijfshistorie. Geen gebouwen, alleen grond, mest- en melkquotum.

Techniek, zijn tweede liefde
Al snel vindt Cor een geschikte lokatie: 20 ha grond, een woonhuis, een ingestorte schuur en een nu half ingestorte stal. Een perfecte lokatie om zijn bouwplannen te verwezenlijken: de Solar Barn 1).
In 1994 kwam Den Hartog op een rondreis door de VS even ten noorden van New York dit revolutionaire staltype tegen. Een open stal, lucht en licht, eenvoudig en voordelig te bouwen. Meer het idee van een tuinbouwkas dan van een melkveestal. Den Hartog was meteen verkocht. “Wat in het noorden van de VS bij temperaturen tussen -40 en +40 graden Celsius kan, moet in Nederland toch zeker lukken”.
Den Hartog gaat ermee aan de slag. Berekeningen van het PR laten zien dat een dergelijke stal haalbaar moet zijn. En als hij een fabrikant van betonelementen bereid vindt om samen met hem dit experiment aan te gaan is het project snel geboren.

Een project om van te smullen
De nieuwe stal kon eind 2003 in gebruik worden genomen. Nu staan er 50 melkkoeien en ruim 35 stuks jongvee. Voor Cor kwam er een eind aan een enerverend project dat hem, ook al waren er tegenslagen, steeds weer energie schonk. “Want ik moet altijd iets om handen hebben. Ik heb druk nodig om te presteren.” vertelt Cor achterover leunend in zijn keukenstoel. En hij vertelt over zijn elf-steden-tocht van 1985, waar hij door 10 cm water moest schaatsen en bij elke scheur bijna plat ging. En over andere schaatstochten in Nieuwkoop en de Weerribben. Even zie ik dat stoere jongensgezicht weer terugkeren.

Slechte klant van Denka
“Muizen en ratten bestrijden tegen de insleep van ziektes” is het enige wat Cor den Hartog aan ongediertebestrijding doet. “Met korrels in een boterhammenzakje voor het nest. Dat werkt het beste”. Het voer zit keurig in silo’s opgesloten, in de nieuwe stal is geen isolatiemateriaal verwerkt, nergens zitten hoeken of gaten waar het ongedierte zich kan verschuilen en doordat de stal helemaal open is krijgen vliegen geen kans. Ongediertebestrijding doet Cor door zoveel mogelijk preventief te werken en open bouwen heeft daarbij zo zijn voordelen. Jammer voor Denka.

Nog even een rondleiding
Hij zou het bijna vergeten; even de stal laten zien. We lopen naar buiten en voor de zoveelste keer laat Cor trots zijn laatste project zien: de tentstal. Een geraamte van spanten zoals je die van de kassenbouw kent; plastic folie op de gebogen kappen met daaroverheen groen schermdoek. Zelfs de melkstal is open. “Voor in de winter heb ik in de melkkuil een föhn, daar kan ik dan af en toe mijn handen warmen”. Gedreven wijst hij mij op de koeien: “Wat vinden de koeien dit lekker. Je ziet gewoon dat zij het naar de zin hebben.” Het is nat en het is koud, maar van het enthousiasme van deze veeboer uit Lunteren word ik weer helemaal warm.

1) De amerikaanse leverancier is er niet meer en het internetadres www.solarbarns.com is te koop. In het webarchief kom ik nog wat foto’s tegen. De gelijkenis met de stal van Den Hartog is evident.

Melkveehouderij Den Hartog

Veestapel:
Gezondheidsstatus:
Grond:
Productie:
Voer:

Ongediertebestrijding:
Bijzonderheden:
50 koeien, 35 stuks jongvee
zeer goed; para tbc vrij; ibr vrij; bvd vrij
19 ha natte zandgrond, gras/klaver
380.000 kg melk; 4,6% vet en 3,7% eiwit
60% gras, 25% maïs, 15% aardappelsnippers,
maximaal 4 kg brok
Ratten en muizen; preventief; open stal
Den Hartog past het block-grazing systeem toe. De koeien krijgen twee keer per dag een nieuw perceel. Den Hartog streeft ernaar de dieren in te scharen bij een zware snede van minimaal tweeduizend kg droge stof per ha. Als voordelen noemt den Hartog:
een betere afstemming grasstructuur – behoefte van de koe
maximale grasgroei
betere kwaliteit van de mest
minder vertrapping van het gras
dichtere zode.
Nadeel is dat het systeem wat meer arbeid kost.
 
  Meer interviews
Tony Mijnen, melkveehouder